donderdag 14 oktober 2010

Workshop clown


revoluties worden met een glimlach gemaakt

zaterdag 26 juni 2010

maandag 24 mei 2010

Niets komt uit het niets...

"Deze straatkinderen en adolescenten zeggen ons op elk moment dat zij uiteindelijk de weerspiegeling zijn van een maatschappij, van een economische, politieke en religieuze organisatie, die ons leugens gegeven heeft en schreeuwt om dringende veranderingen."

A.M. Caramujo Pires De Campos en Musicoterapia y construcción de identidad social Niños de la calle

zaterdag 17 april 2010

Ciudad Esperanza

Ciudad Esperanza is een perfecte stad, waarin niemand meer is dan een ander. Niemand komt iets tekort, want we delen alles wat we hebben. Er is geen geweld of vervuiling, en daarom hebben we geen politie of ziekenhuis nodig. Geld bestaat hier niet, want we hebben een marktje waar de mensen dingen die ze op overschot hebben, kunnen ruilen tegen dingen die ze nodig hebben.
Er is een school, een bibliotheek, een theater, een fontein en een vuurtoren. Op het strand is er een cafeetje waar de mensen die naar de zee gaan, kunnen ontbijten. Het openbaar zwembad ligt er juist naast. We hebben twee parken met dennenbomen, fruitbomen en een bankje om mate te drinken. Een grote brug verbindt de twee parken, zodat de voetgangers rustig de baan kunnen oversteken.
Ciudad Esperanza is een stad omringd door natuur. Er is een waterval met kristalhelder water, waarvan de inwoners kunnen drinken, en een uitgestrekt strand met wit zand, palmbomen en kokosbomen.
In het huis van Belén staat een grote houtkachel die in de kille winterdagen de bezoekers verwarmt, terwijl ze mate drinken. Op het huis van Romina prijkt een grote antenne om samen met haar vrienden naar de matchen van het Wereldkampioenschap te kijken. Het huis van Adriana, dicht bij het strand, is heel kleurrijk en gezellig, en daarom komen er steeds vrienden over de vloer. In het huis van An is er een groot raam om naar de zonsondergang op zee te kijken. Haar buurvrouw, Estefanía, die in een behekst huis woont, maakt medicamenten met de planten uit haar tuin, om alle inwoners van de stad te genezen wanneer ze ziek zijn. Voor Ariels huis staat zijn auto geparkeerd. Andrés heeft een grote appelboom in zijn tuin. Het huis van Patricio wordt steeds bezocht door vogels, en er klinkt altijd muziek. Estela en Marcela delen een tuin met veel vogels en een boom. Al hun vrienden wonen in de buurt. Ze hebben een prachtig zicht op zee.
In de duisternis van de nacht zal er steeds een lichtje zijn om je naar de oever te brengen. Het komt uit de vuurtoren, waar Pablo, Rubén, Samuel en Mauro wonen.
Ciudad Esperanza is een mooie stad, de gedroomde plek om te wonen.

De makers en inwoners van Ciudad Esperanza: Belén, Joel, Rubén, Romina, An, Estefanía, Adriana, Estela, Ariel, Jonatán, Aldana, Marcela, Samuel, Patricio, Pablo, Jeremías, Nadia, Jésica, Roberto, Andrés, María, Mauro, Diego, Daiana en Damián.


zaterdag 3 april 2010

Op zoek naar harmonie

In november 2009 gingen we met onze chicos op bezoek bij een jeugdorkest in een sloppenwijk. Surfend op het enthousiasme dat die ontmoeting gegenereerd had, beslisten Pato en ik een muziekworkshop in het leven te roepen in het Centro de día.
Dat het niet eenvoudig zou worden, dat konden we wel raden. Net zoals in mijn toneelworkshop vorig jaar zouden de chicos niet steeds aanwezig zijn, of niet steeds in staat om zich te concentreren. Gebrek aan zelfvertrouwen, geduld, fijne motoriek,… aan hindernissen zou het ons in dit parcours niet ontbreken.
Maar moeilijk gaat ook. Vandaag, vijf maand later, hebben we ons eerste concertje achter de rug. Bescheiden van formaat, met veel versterking van volwassen muzikanten, maar boordevol zin, trots en enthousiasme, zijn de chicos erin geslaagd het publiek op het pleintje aan het dansen te brengen. Geen grotere beloning voor een beginnend muzikant.
Maar onze belangrijkste doelstelling in deze workshop is niet een orkest te vormen met een groot en hoog gegrepen repertoire. Wij gebruiken de muziek als medium, om te leren luisteren – naar zichzelf en naar elkaar. Om te ervaren dat je met geduld en doorzettingsvermogen ook moeilijke opdrachten kan verwezenlijken in het leven. Om banden te scheppen met anderen, en te leren genieten van non-verbale communicatie. Om negatieve energie uit te werken op trommels in plaats van op elkaar, en ze in de muziek om te zetten tot vreugde. Om protagonist te zijn, en de goedkeurende blik in de ogen van het publiek te zien. Om te ontdekken dat iedereen in staat is te creëren, te ontroeren, te verwonderen. Om te genieten van het musiceren, en om te ervaren dat samenspelen, met geduld, aandacht en respect voor elkaar, de vreugde vertienvoudigt.
Om in een wereld, waarin zoveel dingen niet kunnen, te ervaren en te tonen wat we wél kunnen: luisteren, ontdekken, leren, beleven, ontladen, vreugde beleven, banden scheppen, creëren, delen.
En trots zijn. En terecht.

woensdag 10 maart 2010

Sancho Panza is megacool

Het is 8 u 30, de deur van het Centro de día gaat open. Mijn werkdag begint in mijn favoriete plek: de bibliotheek. Ik klop de kleurrijke zitzakken op en kies een paar boeken uit de mooie collectie, in afwachting dat de chicos hun ontbijt komen verteren met een verhaaltje.

Mijn trouwste klant is sinds jaar en dag Ariel. Vorig jaar las ik hem elke dag een ander verhaal voor: van Willie, de verlegen aap die een voetbalheld wil worden; van Olivia, het varken dat een eenmansfanfare wil oprichten, of van de drie lieve wolfjes en het gevaarlijke zwijn. Dit jaar heeft Ariel me niet meer nodig: hij leest zelf, en is niet verlegen om voor de andere chicos voor te lezen, vooral als Florencia naar hem luistert. Sinds ik hem verteld heb over een rare man die tegen windmolens vecht, leest hij elke dag één bladzijde uit de originele Don Quijote, en vertelt me dan wat er gebeurt in het verhaal. “Die Sancho Panza is megacool”, vindt hij.
Estela voelt zich ook thuis in de bib, vooral wanneer ik haar voorlees uit “Puc es Puc”, het verhaal van twee eivormige dikkerdjes die verliefd worden en veel kindjes krijgen. Wanneer Estela in de lach schiet, stampt de kleine Gerónimo onder haar navel mee van plezier.
Ondertussen is Andrés de bib binnengegleden, blij dat niemand hem opgemerkt heeft. Hij gaat recht naar het rek met encyclopedieën en verdiept zich stilletjes in meteorieten, dinosaurussen en natuurrampen. Wanneer ik hem over Haïti vertel, vraagt hij me verbaasd: “Is dat écht het armste land van Amerika?! Nog ármer dan Argentinië??!!”
Roberto komt zich ook in een van de poefs gooien, en dan begint mijn echte werk. Ik moet snel een boek vinden dat hem kan boeien, want anders valt hij in slaap of begint hij de anderen te storen. Hij komt immers zelden uitgeslapen of nuchter toe ’s ochtends, want zijn bed is een bank op het pleintje. Vandaag lukt het me alvast hem te boeien met de boekjes van Sapo, de vriendelijke pad in het rode zwembroekje.
En dan steekt de kleine Nicolás, het zoontje van onze poetsvrouw, zijn neus binnen. Hij kijkt nieuwsgierig rond, alsof hij iemand zoekt, en verdwijnt dan weer in de gang. Even later komt hij terug, met de Rubén, de stoere jongen die houtbewerking volgt, aan de hand. “Hier, naast me in de zetel!”, beveelt Nicolás. Rubén weet wat hem te doen staat: hij neemt een boek vast, leest de eerste lettergreep van elk woord voor en volgt mee met zijn vinger. Nicolás herhaalt lettergreep per lettergreep, en probeert de woorden te vervolledigen: Wil…lie de goril…la houdt van voet…bal en ba…nanen! Wanneer Nico fout raadt, schieten ze alletwee in een schaterlach, en Ariel, Florencia, Estela, Andrés, Roberto en ik lachen mee.

De bibliotheek van het Centro de día heeft iets magisch. De kinderen leren er niet alleen lezen, ze leren er hun verbeelding gebruiken en leven zich in in de personages. De symboliek en de positieve boodschap waarmee kinderboeken geladen zijn, helpen hen zich een andere toekomst in te beelden en te kiezen. En onze felgekleurde zitzakken zijn de beste plek om de problemen van de straat even opzij te schuiven, en innerlijke rust te vinden.

Bedankt aan alle Wispelbergers die meegewerkt hebben aan de Kerstmarkt 2009. Met jullie donatie beschermen jullie samen met ons dit kleine wereldje, uniek op deze grote wereld.

zondag 28 februari 2010

POCHO LEEFT !

Elk jaar op 27 februari ontmoeten alle mensenrechtenverdedigers van Rosario elkaar in de wijk Ludueña om er de verjaardag te vieren van Claudio « Pocho » Lepratti. Een feest met een droeve ondertoon, want acht jaar geleden werd Pocho, een sociaal werker en mensenrechtenactivist, vermoord door de Argentijnse politie.

De presentator van de herdenking herinnert ons aan de feiten, die plaatsvonden in de context van de economische crisis van 2001. Argentinië, jarenlang de beste leerling van het IMF, stortte toen ineen onder het gewicht van privatiseringen, miljardenschuld en hyperinflatie. De waarde van het spaargeld van de gewone man werd van de ene dag op de andere gevierendeeld. En die gewone man trok de straat op, om te protesteren. Drie presidenten volgden elkaar op, geen van hen in staat om de situatie recht te trekken. Overal weerklonken cacerolazos: lege potten en pannen die tegen elkaar geslagen werden als teken van wanhoop. Het antwoord van de banken en de regering bleef uit. Het protest werd heviger. Supermarkten werden leeggeroofd, ruiten van banken werden ingeslagen. En toen kwam de politie tussen. Op bevel van de gouverneurs werd met hard, zeer hard geschut opgetreden tegen de manifestanten.

Pocho was die dag het middagmaal aan het opdienen in de eetzaal van een van de talloze jeugdhuizen die hij zelf opgericht had. Vlakbij was de politie slaags geraakt met een handvol manifestanten. Die laatsten renden weg in de richting van het jeugdhuis, achtervolgd door de agenten, die verschillende schoten losten. Pocho klom op het dak van de eetzaal en schreeuwde naar de politie: “Stop met schieten, klootzakken! Er zijn hier kinderen aan het eten!” Als antwoord weerklonken twee schoten. De kogels waren van lood, en niet van rubber, zoals legaal toegestaan was. Eén van de twee raakte Pocho in de keel en doodde hem kort nadien. Pocho “hormiga”, de mier die dag en nacht werkte om het leven van de kansarme kinderen te verbeteren, de “engel op de fiets”, was niet meer.

Zoals Pocho vielen in die dagen nog 35 andere slachtoffers, de meesten van hen jonger dan 25 jaar. Allen kritische, geëngageerde burgers die zich verzetten tegen de dagelijkse schendingen van mensenrechten. Zoals in de donkerste tijden van de dictatuur wilde de regering, die tot op vandaag ongestraft blijft, hen het zwijgen opleggen.

Maar dat is niet gelukt. Zoals de graffiti op alle muren van Rosario het uitschreeuwt: “Pocho leeft!” Hij leeft in het hart van honderden buurtwerkers, die zijn engagement verderzetten. In het hart van de advocaten die, na 25 jaar stilte, de processen tegen de verantwoordelijken van de dictatuur geopend hebben. En in het hart van alle ‘gewone’ mensen, die jaarlijks zijn verjaardag vieren met een carnaval, om te bewijzen dat ze niet verslaan zijn. Een spandoek op het podium getuigt hiervan: “Het vuur van de vreugde is het gezicht van onze strijd”.

Na de murga’s, waarin de buurtkinderen hun muziek en dans opdragen aan Pocho, worden enkele pakkende toespraken gehouden. In allen weerklinkt de vraag naar levenslange opsluiting in een gewone gevangenis voor de verantwoordelijken van de dictatuur die 30000 mensen afslachtte. De herdenking wordt afgesloten met een huiveringwekkend moment, waarop de namen van de 6 slachtoffers van het brutale politieoptreden van 2001 in Rosario afgeroepen worden. Na elke naam schreeuwt het voltallige publiek “PRESENTE!” (aanwezig!). Zij blijven aanwezig, hun ideeën blijven leven. Het staatsterrorisme kan de herinnering aan hen niet uitwissen.

Walter Campos: PRESENTE!
Juan Delgado: PRESENTE!
Yanina García: PRESENTE!
Rubén Pereyra: PRESENTE!
Ricardo Villalba: PRESENTE!
Claudio Lepratti: PRESENTE!

dinsdag 16 februari 2010

Zeester

Estela waggelt de bibliotheek binnen en ploft met een diepe zucht in de zetel. Haar dagelijks traject naar het Centro de día is een hele karwei geworden. Haar voetjes zijn door de zomerse hitte zo erg opgezwollen dat het wel olifantenpoten lijken. En haar buik, die elke dag wat vervaarlijker uitpuilt, lijkt elk moment te kunnen ontploffen.

Estela Maris – “Zeester”- is amper vijftien, en staat op het punt te bevallen van haar eerste kindje. Wat voor andere tieners een ramp zou zijn, was voor Estela een redding. Wie de vader is, weet ze niet en interesseert haar ook niet. Wat ze wél weet, is dat ze er alles aan wil doen om haar zoontje gelukkig te maken, en ervoor te zorgen dat hij nooit moet meemaken wat zij zelf dagelijks moet doorstaan.

En dat is bijna onbeschrijflijk. Estela werd jaren geleden uit het huis gezet door haar eigen ouders. Ze konden de opvoeding van hun drie dochters niet meer aan; de conflicten en de ellendige levensomstandigheden hadden zich al veel te lang opgestapeld. De jongere zusjes werden in een weeshuis geplaatst, en Estela kwam op straat terecht. Haar mooie, jonge lichaam werd haar enige bron van inkomsten om te overleven. Haar bed werd een bank op het plein. Haar troost: lijm, alcohol, marihuana, paco, merca.

Op een dag werd ze wakker midden op het plein, met haar broek op haar enkels. Ze was die nacht bewusteloos gevallen door een overdosis goedkope drugs, en door een vijftal mannen verkracht. Toen ze weer bijkwam, was ze enkel bezorgd om de honderd peso’s die uit haar zak gestolen waren. Haar lichaam was een object geworden, haar leven was niets meer waard.

En toen was er die eerste echografie. Estela had altijd al zielsveel van baby’tjes gehouden. Apetrots vertelde ze aan de andere chicos dat ze in verwachting was van een zoontje, dat Gerónimo zou heten. En dat ze nu – eindelijk – aanvaard had om in een tehuis te overnachten, want de straat was te gevaarlijk voor een zwangere vrouw. Ze kickte eigenhandig af, en liet zich verzorgen in het ziekenhuis. In het Centro de día zagen we haar evolueren tot een vrolijke, gezonde en enthousiaste meid, die met veel interesse deelnam aan de activiteiten. Naarmate haar buikje dikker werd, verschenen de lichtjes terug in haar uitgedoofde ogen.

Straks komt haar zoontje op deze wereld, en dan moet Estela een nieuwe etappe in haar leven beginnen. Zelf nog volop in haar pubertijd, ongeletterd en zonder familie noch inkomen, moet ze een kind opvoeden. Maar ze beseft dat dit kindje haar leven gered heeft, en wil er alles aan doen om nu ook dit breekbare leventje te beschermen. Dat zijn haar eigen woorden, die van een meisje van vijftien jaar.

Proficiat met je zoontje, Zeester. Je wordt vast een prachtige mama. Zorg goed voor je kleine Gerónimo. En, zoals iemand mij vaak zegt, vergeet ook niet voor jezelf te zorgen.

zaterdag 6 februari 2010

Geen politiekantoor en geen ziekenhuis

La ciudad de papel – de stad van papier. Het is de workshop die ik deze zomer in het leven geroepen heb in het Centro de día.

Elke donderdag gaan we met z’n allen rond onze plattegrond zitten, en toveren gekleurd papier om tot huizen, bomen, bankjes en speelpleinen. Week na week zien we de volumes en de kleuren weelderiger worden, en smeden we plannen voor wat nog komen zal.
Onze stad is niet zomaar een stad: we proberen er een ideale leefplek van te maken. Het vouwen, knippen en kleven is dan ook maar een excuus om de tongen los te krijgen. We denken na over wat een ‘ideale’ stad nu precies inhoudt, en discussiëren over de rechten van de inwoners. Vaak moet er stevig onderhandeld worden, want niet alle dromen lopen gelijk – gelukkig maar.
Jeremías wil een waterval in de stad, Rubén ziet liever een echte kust, en Estela verkiest een rivier. Estefanía wil een stad zonder politiekantoor, maar Andrés, die vaak gepest wordt, gaat niet akkoord: “Wat doen we dan met de delinquenten die mij willen aanvallen?” Neen, Andrés wil liever een kerk bouwen, om te kunnen trouwen met Jésica. En dat ziet Ariel dan weer niet zitten: “In onze perfecte stad begaat niemand zonden. We hebben dus geen kerk nodig.”

Romina heeft een reuzegroot privézwembad naast haar huis neergepoot. Ze is niet van plan het te delen met haar buren. Wanneer ik haar voorstel om met z’n allen haar zwembad mooier te maken en open te stellen voor alle stadsbewoners, loopt ze boos weg. Ik zucht. Waar ben ik aan begonnen? Hoe debatteer je over privébezit versus openbare diensten met kinderen wiens privébezit bijna onbestaand is, in een land waar de openbare diensten jaren geleden de mist in gegaan zijn?
Na veel heen- en weergepraat en het vouwen van enkele rustgevende bomen, komen we dan toch tot een consensus. Er komt geen politiekantoor, omdat er in onze stad geen criminelen wonen. Dat kan, omdat iedereen toegang heeft tot al wat hij nodig heeft, en niemand meer bezit dan een ander. Het zwembad wordt dus toch communautair. En we bouwen er samen een reuzegrote glijbaan naast.
Romina is er weer bij komen zitten, en en vouwt stilletjes een huisje in elkaar. “Jij hebt toch al een huis?!”, merkt Jésica op. –“Ja, maar dit huis bouw ik voor iemand die er nog geen heeft.” Ze gluurt schuchter naar me om mijn reactie te zien. Ik ontvang haar nieuwe houding met een medeplichtige glimlach en een discreet knipoogje.

Volgende week gaan we onze stad volplanten met bomen. “Goed idee”, roept Estefanía, “dan hebben we steeds gezonde lucht, en wordt niemand ziek. Zo hebben we ook geen ziekenhuis nodig.”

zondag 31 januari 2010

Cartonero (II)

Kopieer het volgende adres in je internetbrowser en neem een kwartiertje de tijd om dit filmpje te bekijken:

http://plus7.arte.tv/fr/1697660,CmC=3047536.html

Een foto van die ándere Argentijnse cultuur.
Een korte reportage over een prachtig project van enkele mensen die blijven geloven dat een betere wereld mogelijk is.
Een vitamientje om te blijven geloven, te blijven werken, te blijven wandelen in de richting van de horizon.