NO SOMOS PELIGROSOS - ESTAMOS EN PELIGRO
Een vrijwilligerservaring met straatkinderen in Argentinië
Beeld je even in : Je wandelt als toerist in een kansarme buitenwijk van een Argentijnse grootstad. Buiten een golfplaten huis staat een groepje jongeren te niksen: het zijn straatkinderen. Wat doe je? Je stopt snel je duur fototoestel en je uurwerk veilig weg, want straatkinderen zijn dieven. En je gaat hen vooral niet aanspreken, want straatkinderen zijn vijandig, gevaarlijk en bovendien ook nog vies. Al deze vooroordelen had ik ook, tot ik als vrijwilliger ging werken in een dagcentrum voor straatkinderen in Rosario. Ik werkte er als animatrice en leefde dag in dag uit samen met een 40-tal jongeren en hun begeleiders, en deze ervaring heeft mijn ogen een heel stuk geopend. Want, in tegenstelling tot wat veel mensen denken, zijn straatkinderen niet gevaarlijk. Ze zijn in gevaar.
Een dagje in het centro de día
In het “centro de día C.H.I.C.O.S.” (Con Hondo Interés Comunitario Obramos Socialmente) werken een handvol psychologen voltijds, en een hoop vrijwilligers in hun vrije uren. Ze ontvangen de jongeren om 9 u ’s ochtends, om hun een stevig ontbijt te serveren en hun de gelegenheid te even zich te wassen. Van 10 tot 12 zijn er dan ateliers naar keuze: tekenen, voetbal, toneel, en heel wat filosofeerateliers (dat noemden ze ‘taller de llorar’), waar de harde ervaringen uit de straat verwerkt worden. Al deze activiteiten zijn echter slechts een voorwendsel om de jongeren te leren communiceren, op een vriendschappelijke manier met anderen om te gaan, en zich op een geweldloze manier te manifesteren. Na een rijkelijk middagmaal volgt dan de ‘escuela’, waar schoolverlaters hun achterstand voor bepaalde vakken met de hulp van privé-leraars kunnen bijwerken en zo een diploma lager onderwijs kunnen halen.
Wanneer ze al een tijdje regelmatig naar het centrum gaan, maken de jongeren ook kans op een ‘beca de capacitación laboral’: een beurs waarmee ze op leercontract kunnen gaan, zodat ze meer troeven hebben om aan werk te geraken. Zo beschikt het centrum over een schrijnwerkerij en een industriële bakkerij. Ook in deze leeromgevingen zijn ze constant omringd door psychologen die hen begeleiden wanneer nodig.
Een huis vol liefde
Maar het belangrijkste wat de begeleiders aan deze jongeren bieden is hun liefde. Ze creëren een persoonlijke band met hen, en tonen hun dat ze iets betekenen, dat ze graag gezien worden. Het lichamelijke contact is hierbij ook belangrijk: daar waar in de straat de mensen op een zo groot mogelijke afstand blijven van deze ‘vies uitziende’ kinderen, worden ze in het centro de día elke dag ontvangen met een glimlach en een kus, en in moeilijke momenten kunnen ze steeds rekenen op een stevige omarming. En wat zo mooi is, is dat ze daardoor ook op een andere manier met mekaar leren omgaan. Op straat heerst de wet ‘elk voor zich’, in het centro de día steunen en helpen ze elkaar.
En dat merkten wij, de vijf Europese vrijwilligers, onmiddellijk in hun houding ten opzichte van ons. Toen wij de eerste dag toekwamen, bestormden ze ons letterlijk met een hoop vragen over hoe wij leven in Europa, wie er de bekende voetballers zijn, enz. Ze maakten tekeningen voor ons, reserveerden voor ons een plaatsje aan tafel, … kortom, ze lieten ons voelen dat we welkom waren. En zo is de hele maand voorbijgevlogen : vol rijke uitwisselingen, gedeelde momenten van vreugde, indrukwekkende ervaringen,…
…en hier is dan de living
Maar er waren, zoals wel te verwachten was, ook heel wat moeilijke momenten. Bijvoorbeeld, toen een jongen mij vertelde hoe hij, door geweldloos deel te nemen aan een sociale manifestatie, opgepakt werd en in het politiebureau geslagen werd. Of toen een Spaanse vrijwilligster nietsvermoedend vroeg aan een jongen : “¿Y a ti, te cogió alguna vez la policía?” (wat zij niet wist, was dat coger in Amerika niet de betekenis van pakken maar wel van neuken heeft), waarop die jongen een beetje beschaamd antwoordde: “Sí, algunas veces”. Of toen we een sociaal project in een sloppenwijk bezochten, en een vrouw ons binnenleidde in een vuil en zanderig koertje omringd door vier golfplaten, zeggende: “Aquí está el lívin”.
Maar ondanks al deze ellende zie je er steeds mensen die zich blijven inzetten voor anderen, en die ondanks alle tegenslag nooit opgeven. Mensen die je alleen maar kunt bewonderen. Mensen die je aan het denken zetten over je eigen houding ten opzichte van sociaal onrecht…
Een land van contrasten
Heel wat tegenstellingen, dus. En dat is heel typisch, want Argentinië is in alle opzichten een land van contrasten. Zo kan het op dezelfde dag 35 graden zijn in Iguazú (waar de beroemde watervallen uit ‘The Mission’ zijn) terwijl het vriest en sneeuwt in de bergen van Bariloche. Of zo zetten de Argentijnen zich zo af tegen het Europese kolonialisme, maar zijn ze wel gefascineerd door het Europa waar hun grootouders vandaan komen. Maar wat nu juist zo mooi is, is dat al die contrasten in harmonie naast mekaar bestaan. Althans, voorlopig nog, want, ook al vinden de Europese media de Argentijnse crisis niet interessant genoeg meer om er nog over te berichten, die crisis ís er nog, en ze wordt met de dag erger. Momenteel leeft meer dan de helft van de bevolking al onder de armoedegrens. Een derde van die bevolking is werkloos. Tegenover die situatie voelen de meeste Argentijnen zich erg machteloos. De verkiezingen van 2003 verwelkomden ze dan ook nuchter met een “Que se vayan todos!”. En toch, de nipt verkozen president Kirchner heeft in zijn eerste regeringsmaanden al heel wat onverwachte ‘goede daden’ gesteld, waardoor er nu toch heel wat mensen zijn die de hoop niet laten zakken. De hoop dat de vrije markteconomie er niet in zal slagen zo’n prachtig land te vernielen…

Geen opmerkingen:
Een reactie posten