dinsdag 27 januari 2009

La lectura bajo los árboles



Op vrijdag maken we een pick-nick, kiezen we een stapeltje boeken uit de bibliotheek en trekken we samen naar het park. We nestelen ons onder de oudste boom en zijn klaar voor de “lectuur onder de bomen”.
De oudsten van de groep kiezen een boek, waarin ze zelfstandig beginnen te lezen. Hun favorieten zijn Jorge Amado en Eduardo Galeano.
De jongsten, daarentegen, hebben er niet zo veel zin in. “Waarom gaan we niet voetballen? Verhalen zijn voor kleine kinderen.” Ze lopen heen en weer, babbelen, prostesteren…
Lili begint onverstoord een eerste verhaal van Don Sapo voor te lezen. Pablo lost haar af, en leest voor uit zijn grote raadsel- en moppenboek. De twee genres wisselen elkaar af. En zo gebeurt plots iets moois: een voor een installeren de kinderen zich onder de boom, en beginnen mee te luisteren, mee te lachen en mee te raden. Beetje bij beetje geraken ze toch in de ban van de boeken.
Mauro en Ariel worden zelfs zo enthousiast dat ze zelf, niet zonder enige moeite, ook een gedichtje voorlezen.
En dan is het mijn beurt. Ik heb dit verhaal van Galeano voor hen uitgekozen:

SUCEDIDOS

Lang geleden, zo vertelt men, was er in het dorp El Resorte een schat, verborgen in het huis van een zieke, oude man.
Eén keer per maand stond de man, die niet lang meer te leven had, op uit zijn bed, en ging hij naar de stad om zijn pensioen te innen.
Enkele dieven uit Montevideo profiteerden van zijn afwezigheid en vielen zijn huis binnen.
De dieven zochten en herzochten de schat in elk hoekje van het huis. Het enige dat ze vonden, was een houten koffer, verstopt onder een stapel dekens in een hoekje van de kelder. Het enorme slot dat de koffer verdedigde, weerstond ongedeerd de aanval van de boeven.
Dus namen ze de koffer maar mee. En wanneer ze die eindelijk open gekregen hadden, ver weg van het dorp, ontdekten ze dat de koffer vol brieven zat. Het waren de liefdesbrieven die de oude man tijdens heel zijn lange leven gekregen had.
De dieven gingen de brieven verbranden. Er werd over gediscussieerd. Uiteindelijk beslisten ze om ze terug te geven. Eén voor één. Eén per week.
Vanaf toen ging de oude man elke maandagmiddag bovenop de heuvel zitten. Daar wachtte hij tot hij de postbode zag verschijnen op de weg. Hij zag nog maar nauwelijks het volgeladen paard opduiken tussen de bomen, of hij begon al te lopen. De postbode, die het al wist, had zijn brief al in de hand.
En zelfs Sint Pieter kon het kloppen horen van dit hart, dol van geluk om de woorden van een vrouw te ontvangen.



naar Eduardo Galeano

dinsdag 20 januari 2009

Las zapatillas de Alexis

Op dinsdag zit ik in de bibliotheek te werken. Ik ben er bezig met het opruimen en inventariseren van een stapel kledij, geschonken door een grote kledingzaak. Pato komt binnen, en vraagt me of ik al een paar schoenen beschikbaar heb, schoenmaat 35.
De schoenmaat van Alexis.
Alexis is een klein, tenger jongetje met diepe, zwarte ogen. Hij is amper acht jaar oud; veel te jong om naar CHICOS te komen. We hadden hem ’s ochtends gevonden, terwijl hij lag te slapen op de drempel van het Centro de día. Blootsvoets.
De begeleiders lieten hem binnen en probeerden hem een ontbijt te geven. Zonder resultaat, want Alexis was met geen stokken wakker te krijgen. Hij had de nacht doorgebracht op straat, in het centrum van de stad.
De hele nacht probeerde hij zich bezig te houden, om toch maar niet in slaap te vallen. Hij kende immers de wet van de straat: wie in slaap valt, wordt bestolen van het weinige dat hij heeft. Op een bepaald moment moet de vermoeidheid toch de bovenhand gehaald hebben, want ’s ochtends werd Alexis plots wakker… zonder schoenen.
Terwijl we enkele sportschoenen aan zijn voeten proberen te passen, zakt het jongetje steeds weer onderuit. Hij kan onmogelijk wakker blijven, zijn ogen blijven gesloten. Misschien beseft hij niet eens wat er aan het gebeuren is. We vinden uiteindelijk een paar schoenen dat hem past, en Pato brengt hem terug naar de eetzaal, waar hij als een blok verder slaapt.
Nog geen minuut later komen vier jongens al duwend en trekkend de bibliotheek binnen. Ze willen ook wel een paar nieuwe sportschoenen. We leggen hen uit dat het Centro de día geen kleren cadeau geeft, maar wel uitleent aan kinderen die het echt nodig hebben. Een moeilijk te begrijpen boodschap, zo blijkt, want daarop neemt Nico een van zijn slippers in zijn handen, en scheurt het riempje stuk. “Nu heb ik ook nieuwe schoenen nodig.”
De jongeren die op straat leven, zijn even gevoelig als gelijk welke andere aan mode en aan de “waarden” die de kapitalistische wereld hen opdringt. Wie splinternieuwe Nikes draagt, krijgt heel wat aanzien.
Wie blootsvoets door de straten dwaalt, heeft niet eens meer zijn eigen waardigheid.

woensdag 14 januari 2009

De kennismaking


Vandaag geef ik mijn eerste workshop « verbale expressie ».
Ik vraag aan de kinderen om een bloem te tekenen, en in elk bloemblaadje een tekening te maken die iets vertelt over wie ze zijn. Aan de hand van die tekening stellen ze zichzelf daarna voor.
Het tekenen verloopt vlot, de inspiratie ontbreekt niet: voetbal (Newells, Central of Boca?), familie, het Centro de día…
Het praten blijkt al heel wat moeilijker. Niet voor Estela en Fede: zij zijn de habitués en ze weten dat er naar hen geluisterd wordt in het Centro de día. Estela koopt graag kleren en houdt van haar broertjes, Fede wenst alle kinderen in België het beste.
Maar voor de anderen is het niet zo eenvoudig om zich bloot te geven. Hun blik dwaalt naar hun schoenen, en ze zouden liever hebben dat een van de begeleiders hen voorstelt. Ze zijn het niet gewoon dat mensen interesse tonen in hen.
Na wat aanmoedigingen krijgen sommigen toch enkele zinnen over hun lippen.
Rocío houdt zielsveel van Roberto.
José Luis wil graag die mooie stad waar ik vandaan kom eens bezoeken.
En Florencia droomt van vrede.

“Los que no tienen, no hablan”: een verklaring voor die blik…

“Cuando te preguntan cómo te llamás y mirás para abajo y no contestás, estás educado para que al rico no se le conteste si no te da la palabra. Eso se ve cada vez más. Los chicos de alto riesgo no hablan. Vemos que siempre hablan los mismos, los que tienen hogares constituidos, zapatillas, trabajo. Es como si no tengo, no soy, y me voy borrando, y en determinados momentos, en cursos con repetidores, no le contestan a las maestras. Hablan en el recreo y no adentro. Son imperativos sociales : los que no tienen, no hablan. »

Laura Arocena en Pibes de Carlos Del Frade

vrijdag 9 januari 2009

De peripelen

Woensdagavond naar Brussel. Overnachten op hotel, opstaan om 3u, trein naar Zaventem. Vlucht naar Frankfurt, daarna nog 13 uur vliegen naar Buenos Aires. Aankomst om 21 u, valies komt als allerlaatste toch nog op de band. In looppas – met 21 kg op mijn rug en nog zo’n 10 in mijn handen – naar de bus. Midden in de nacht stilstand voor een wegblokkade – een vrachtwagen met vuurwerk is ingereden op een aantal auto’s. Dan maar verder via de binnenwegen. Aankomst bij Fernando om 4u ’s nachts plaatselijke tijd (7u bij ons). Paar uurtjes geslapen, net lang genoeg om mijn hele gezicht te laten opeten door de muggen. ’s Ochtends opgesloten want Fernando is weg en de voordeur op slot. Huisgenoot dan maar gewekt en weg, naar de bank. Eén uur aangeschoven in de hitte om geld voor de huur af te halen, en dan naar mijn huis, nét op tijd voor mijn afspraak met de huisbaas. UF! Por fin llegué. Que el viaje empiece…

In het vliegtuig - ergens tussen Frankfurt en Buenos Aires

Hier ben ik dan.
Vandaag wordt een oude droom werkelijkheid. Een droom die er meer dan een jaar over gedaan heeft om beetje bij beetje vorm te krijgen. Er zijn heel wat slapeloze nachten vol gepieker en getwijfel aan vooraf gegaan, veel papieren die ingevuld moesten worden, veel stresserende deadlines, en dan dat onvermijdelijke afscheid.
Maar ondanks dat alles weet ik heel zeker dat ik deze stap moet zetten.
Zo zei R. me een tijdje geleden heel oprecht: “An, je hebt gelijk. Je móet dat doen. Ik heb zoiets nooit gedaan, en ik heb daar nu spijt van.”
Bedankt, R., voor de juiste zin op het juiste moment. Bedankt aan iedereen voor de schouderklopjes en berichtjes die me telkens weer wat meer vertrouwen gaven.
En bedankt, jeweetwelwie, voor al die duwtjes in mijn rug, wanneer ik even tegenwind kreeg.