zaterdag 28 februari 2009

Postkaartje uit Patagonië

Honderden en honderden kilometers dorre vlakte. De snijdende wind raast zo hard, dat geen boom hier kan groeien. Je kan urenlang rechtdoor rijden zonder ook maar één huis te zien. Geen mens krijgt het in zijn hoofd om hier te komen wonen, zo bedenk ik.
Geen mens, maar wel horden zeeleeuwen, pinguïns, dolfijnen, zeeolifanten, guanaco’s en walvissen. Ze zoeken bescherming in de baai van Península Valdés. Enkele beelden:


Een dikke zeeolifant duwt zijn enorme lijf voort, en valt met een zware plof op het strand. Hij slaakt een diepe zucht, moe van het verslepen van zijn onhandige overgewicht.

Een zeeleeuw krabt met zijn staart aan zijn kin, zo van je “peins peins, ga ik het koude water in of blijf ik nog even zonnen?”


Honderden jonge pinguïns staan op het strand aan te schuiven om hun eerste bibberduik te maken. Eentje komt ons nieuwsgierig van dichtbij bekijken, en proeft zelfs even van onze veters. Op de achtergrond wandelt een familie guanaco’s al kauwend voorbij.

Meer beelden kun je bekijken door te klikken op de valentijnsfoto van de twee pinguïns in de rechterkolom. Geniet ervan.

donderdag 12 februari 2009

"Vind je mijn handschrift mooi ?"

Om maar eens te beginnen met een tot de laatste druppel uitgeperst cliché : de tijd vliegt. Ik kan nauwelijks geloven dat ik hier al een maand ben. Tijd om eens een stapje buiten mezelf te zetten, en van daaruit te bekijken hoe het me vergaan is in die eerste maand, bijvoorbeeld op het werk.
Ik herinner me mijn eerste workshops als “un desastre”, waarbij je de tweede ‘s’ van dat woord met toegeknepen ogen uitspreekt als een zucht.
De chicos lopen het lokaal binnen en buiten. Nog vóór ik een spel volledig kan uitleggen, onderbreekt Roberto me om te controleren of hij het wel goed begrepen heeft. Ondertussen valt Emanuel met zijn hoofd op tafel in een diepe slaap, want hij heeft te veel pillen geslikt vannacht. Florencia is te verlegen om te vertellen wat haar lievelingsgerecht is, Mauro verliest zijn geduld en vraagt haar al snauwend of ze niet kan spreken. En dan zorgt Estela voor de kers op de taart door boven al het kabaal “¡Aburriiiiiiiiidooooooooo!” te schreeuwen. Even voel ik me als een pas afgestudeerd, seuterig leraresje dat wiskunde moet gaan geven in het vierde jaar automechanica van het KTA Molenbeek.
Maar vreemd genoeg ben ik op geen enkel moment ontmoedigd. Want in heel die chaos heeft niet één kind zich tegen mij gekeerd. Het is voor hen gewoon heel bevreemdend dat iemand naar hen luistert, dat hun persoonlijkheid gerespecteerd wordt, en dat ze een hele voormiddag zorgeloos kunnen deelnemen aan een creatieve activiteit waarmee ze geen geld hoeven te verdienen. In die context, zo vertelt Pato me, is elke glimlach, elk woord, elke ervaring die de kinderen opdoen, van onschatbare waarde.

En dan is er bijvoorbeeld Mauro, die me de volgende dag groet met een “Che An, ik vond je workshop gisteren de max!” “Serieus?”, vraag ik hem vol ongeloof. “Serieus”, bevestigt hij nadrukkelijk, “je hebt er geen idee van hoeveel zin ik had om eens iets te schrijven. Vind je mijn handschrift mooi?”

zondag 8 februari 2009

María


Tegenover mij aan tafel zit María, 15 jaar. Ze eet niet van de hamburgers die vandaag op het menu staan. Haar zieke lever kan zo veel vet niet meer aan.
María bracht bijna een jaar door in het ziekenhuis. Ze werd binnengebracht met een zware overdosis poxi. Ze haalde het maar net, en haar lichaam werd getekend voor het leven. Ze moet nu erg goed op haar gezondheid letten. Een moeilijke taak, want ze heeft bijna nooit de twee pesos die ze moet betalen om de bus te nemen naar de ontwenningskliniek.
Wanneer ze het niet meer uithoudt, krast María haar armen vol. De pijn doet haar de drang naar poxi vergeten. Een nieuwe dosis – hoe klein ook – zou haar immers fataal kunnen worden.

maandag 2 februari 2009

Poxi

« Poxi helpt ons om de dagen in de gevangenis door te komen », vertelt een kind van tien jaar in het boek Pibes van Carlos del Frade. « We doen het in een plastic zakje en kunnen er sneller door lopen wanneer we een doosje pillen stelen uit de kiosk. Het zorgt er ook voor dat we het minder koud hebben. »

“Zijn er in jouw land ook kinderen die drugs gebruiken?” Het is de vraag die bijna alle jongens van CHICOS me al eens gesteld hebben. Zij snuiven meestal poxi, een sterke lijm, of slikken slaappillen: goedkoop en makkelijk verkrijgbaar. Maar marihuana en cocaïne zijn ook wijd verspreid. Ze vallen erdoor in slaap tijdens de workshops, of waggelen al ijlend het Centro de día binnen.
Ze kennen de gevolgen, maar die wegen niet op tegen de mogelijkheid om – heel even – te ontsnappen.
Ontsnappen aan de honger, de ellende, de desillusies, de gevangenis, de armoede.
Ontsnappen aan de straat.