donderdag 12 februari 2009

"Vind je mijn handschrift mooi ?"

Om maar eens te beginnen met een tot de laatste druppel uitgeperst cliché : de tijd vliegt. Ik kan nauwelijks geloven dat ik hier al een maand ben. Tijd om eens een stapje buiten mezelf te zetten, en van daaruit te bekijken hoe het me vergaan is in die eerste maand, bijvoorbeeld op het werk.
Ik herinner me mijn eerste workshops als “un desastre”, waarbij je de tweede ‘s’ van dat woord met toegeknepen ogen uitspreekt als een zucht.
De chicos lopen het lokaal binnen en buiten. Nog vóór ik een spel volledig kan uitleggen, onderbreekt Roberto me om te controleren of hij het wel goed begrepen heeft. Ondertussen valt Emanuel met zijn hoofd op tafel in een diepe slaap, want hij heeft te veel pillen geslikt vannacht. Florencia is te verlegen om te vertellen wat haar lievelingsgerecht is, Mauro verliest zijn geduld en vraagt haar al snauwend of ze niet kan spreken. En dan zorgt Estela voor de kers op de taart door boven al het kabaal “¡Aburriiiiiiiiidooooooooo!” te schreeuwen. Even voel ik me als een pas afgestudeerd, seuterig leraresje dat wiskunde moet gaan geven in het vierde jaar automechanica van het KTA Molenbeek.
Maar vreemd genoeg ben ik op geen enkel moment ontmoedigd. Want in heel die chaos heeft niet één kind zich tegen mij gekeerd. Het is voor hen gewoon heel bevreemdend dat iemand naar hen luistert, dat hun persoonlijkheid gerespecteerd wordt, en dat ze een hele voormiddag zorgeloos kunnen deelnemen aan een creatieve activiteit waarmee ze geen geld hoeven te verdienen. In die context, zo vertelt Pato me, is elke glimlach, elk woord, elke ervaring die de kinderen opdoen, van onschatbare waarde.

En dan is er bijvoorbeeld Mauro, die me de volgende dag groet met een “Che An, ik vond je workshop gisteren de max!” “Serieus?”, vraag ik hem vol ongeloof. “Serieus”, bevestigt hij nadrukkelijk, “je hebt er geen idee van hoeveel zin ik had om eens iets te schrijven. Vind je mijn handschrift mooi?”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten