dinsdag 23 juni 2009

David vertelt

Zoals David bestaat er geen ander. Hij is de enige jongen in CHICOS – en in heel Argentinië – die mij na het weekend kan begroeten met een “Brugge heeft weer gewonnen tegen Anderlecht, straf hé!”.
Ik leerde David zeven jaar geleden kennen, toen ik voor het eerst in het Centro de día kwam. Een vrolijke dikkerd, voetbal- en muziekliefhebber, fanatieke Newells-supporter en een sociale babbelaar. Hij was negentien jaar, en maakte toen al deel uit van het decor van CHICOS. Ik herinner me dat hij tijdens mijn toneelworkshop vertelde hoe hij zijn eerste dag in het Centro de día beleefd had. Vandaag, zeven jaar later, vraag ik hem om mij nog eens zijn verhaal te vertellen.

“Ik was tien jaar, en woonde al een tijdje op straat. Ik deelde een paar matrassen op een pleintje met nog wat andere jongens. Op een dag namen ze me mee naar het Centro de día. Ze hadden me verteld dat we daar konden eten, en dat er vriendelijke mensen werkten.
Toen we aankwamen, gingen mijn vrienden onmiddellijk binnen. Ik volgde hen, de grote trap op, en vroeg me af waar ik terechtgekomen was. Toen we bovenkwamen, en ik al die vreemde gezichten zag, zakte de moed me in de schoenen. Ik zag Carlos, Marcela, en al die andere volwassenen naar me kijken, en was versteend van de schrik. Mijn vrienden zaten al aan de ontbijttafel, maar ik stond nog op de gang.
Ik had toen nooit gedacht dat ik nu, bijna twintig jaar later, nog steeds deze deur plat zou lopen. Afgezien van één enkele, lange afwezigheid, die te wijten was aan een paar stommiteiten, heb ik hier heel mijn jeugd doorgebracht. En ze hebben nogal afgezien met mij, hoor! Ik was vaak niet te houden, ik wou niet deelnemen aan de activiteiten, ik riep en schopte in het rond. Ik herinner me nog hoe Mabel verbleekte toen ze haar vertelden dat ik aan haar zeefdrukatelier zou deelnemen. En zie, vandaag werk ik in de zeefdrukcoöperatieve.
Ik heb in al die jaren veel kinderen zien komen en gaan. Op straat waren we onafscheidelijk. Als de politie iemand kwam oppakken omdat zijn adem naar lijm rook, gingen alle anderen, die niets gesnoven hadden, spontaan ook met hun handen tegen de muur gaan staan. En zo namen ze ons allemaal samen mee naar het commissariaat. We lieten onze vrienden niet in de steek.
Als ik de kinderen hier vandaag bezig zie, dan voel ik dat ik ouder word. Ik begin te beseffen dat mijn tijd er hier opzit, dat ik langzaamaan andere wegen moet inslaan. Dat is niet makkelijk, maar ik weet dat ik op een of andere manier altijd een band zal hebben met het Centro de día. Net zoals jij, zal ik altijd blijven op bezoek komen. Wij maken ondertussen deel uit van het decor.”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten