zondag 14 juni 2009

Destelbergen

In de bus naar Uruguay vertel ik aan mijn nieuwsgierige buurvrouw dat ik van België kom. Haar reactie is dezelfde als die van bijna alle Argentijnen van middelbare leeftijd, die in betere tijden een tour door Europa gemaakt hebben: “België? Ah… Brugge is zo mooi!” Mijn neus begint spontaan te krullen van irritatie, het is immers de zoveelste keer dat ik geklasseerd word in een landje van kanaaltjes, begijntjes en kanten onderzettertjes. Wanneer ik haar, op een licht bitsig toontje, probeer duidelijk te maken dat ik net zo goed zou kunnen zeggen: “Argentinië? Ah… Caminito is zo mooi!”, vraagt een vrouw achter mij van welke stad ik dan wel kom. Bij het woord “Gent” tekent zich een glimlach op haar gezicht, en ze zegt: “Ah, dat is de stad die bij Destelbergen en Oostakker ligt, niet?”
Mijn irritatie verandert terstond in verbazing. Mabel –zo heet ze- legt me uit dat ze de stamboom van haar familie aan het maken is, en zo ontdekt heeft dat haar overgrootouders vanuit Destelbergen naar Argentinië geëmigreerd zijn in het begin van de 20ste eeuw. “Dankzij de dienst bevolking van de stad Gent, die waren heel behulpzaam en hebben me zelfs kopieën van geboorteaktes opgestuurd.”
We raken aan de babbel, Mabel is sympathiek en heeft heel wat te vertellen. Ze werkt op de spoedafdeling van het kinderziekenhuis van Zona Oeste, een van de armste en gevaarlijkste wijken van Rosario. We hebben waarschijnlijk al met dezelfde kinderen gewerkt.
Mabel vraagt me mijn e-mailadres. Als ze ooit genoeg geld bijeengespaard krijgt om naar België te reizen, dan komt ze me bezoeken in Gent. “Naar Brugge hoef je me niet mee te nemen, hoor”, lacht ze. En dan besluit ze het gesprek door te vertellen dat ze een Vlaamse familienaam heeft. “O ja, welke dan?” vraag ik haar. Trots antwoordt ze: “Aelterman”.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten