zaterdag 25 juli 2009

Cartonero

Ik wandel langs Pellegrini, een drukke viervaksbaan in het centrum van de stad. Tussen de nerveus toeterende auto’s rijdt een oude man met paard en kar. Het paard is mager en vuil, de rotte planken van de houten kar vallen bijna van elkaar. Paard en kar tussen blinkende BMW’s: een metafoor van de ongelijke verdeling van de rijkdom in Zuid-Amerika.
Om de honderd meter houdt de man halt naast een felblauwe plastic vuilniscontainer. Met vermoeide en systematische bewegingen stapt hij van zijn kar, geeft een klopje op de flank van zijn paard, en heft het zware deksel van de container op. Zijn blik dwaalt tussen de stinkende supermarktzakjes… Een pizzadoos vliegt op de kar, een paar oude kranten ernaast, een bananenschil gaat terug de container in. De man is een cartonero: hij sorteert afval om het daarna per kilo te verkopen aan recyclagefabrieken.
Plots haalt de man een klein, papieren zakje uit de container. Hij plooit het voorzichtig open, kijkt erin en haalt er met duim en wijsvinger iets uit dat van ver op een snoepje lijkt. Hij steekt het in zijn mond, kauwt drie keer met langzame bewegingen, en spuwt dan convulsief de inhoud van zijn mond op de grond.
Het is dan pas dat ik een koude rilling langs mijn ruggengraat voel glijden. Ik wend mijn blik af en wandel verder, verzonken in een gedachte die mij vandaag niet meer zal loslaten: het is verontrustend hoe snel ik gewend geraakt ben aan het zien van zoveel sociaal onrecht.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten