Even later vertelt hij ons dat deze uitnodiging op geen beter moment zou kunnen komen, want wat hij net nu elke dag hard aan het proberen is, is een ‘beter persoon’ te worden. Hij gaat naar school en werkt er hard om zijn diploma lager onderwijs te behalen. Hij is vriendelijk, vrolijk en gedraagt zich boorbeeldig. Hij slaapt weer thuis, en steelt niet meer. “En het werkt”, overtuigt hij ons, “want de politie houdt mij niet meer tegen op straat”.
Al die inzet om te veranderen, ondanks zijn meer dan noodlottige familiecontext, heeft er waarschijnlijk iets mee te maken dat hij binnenkort papa wordt. Vol tederheid spreekt hij over de buik van zijn vriendin, en de naam die hij aan zijn kindje wil geven.
De volgende dag komt hij zich beschaamd verontschuldigen, en vertelt wat er gebeurd is: Hij had de fiets van zijn broer geleend om naar het Centro de día te komen. Onderweg houdt de politie hem tegen en beschuldigen hem ervan die fiets gestolen te hebben. Zomaar. Ze nemen hem mee naar het commissariaat, waar ze hem een lange tijd laten wachten. Hij wil ons bellen, maar mag niet. Uiteindelijk brengen ze hem naar het huis van zijn vader, ver buiten het centrum van de stad. Geld om de bus terug naar het centrum te nemen, heeft hij niet. En zijn toneeltekst… die ligt nog in het politiebureau.
Een van de mooiste teksten van Máximo Nesta begint als volgt:
“No soy conflictivo, pero para la ley mi cara ya es un delito.”
“Ik ben niet conflictief, maar voor de wet is mijn gezicht al een misdrijf.”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten