maandag 13 juli 2009

Onze acteurs

Begin juni heb ik samen met Pablo, CHICOS-begeider en acteur, een nieuw toneelproject in het Centro de día in het leven geroepen. Elke maandag komen we samen met zes jongens om te werken aan een toneelstuk over koning Caramba, die zich graag als spook verkleedt om zijn onderdanen de schrik op het lijf te jagen. De jongens krijgen een beurs in ruil voor hun inzet en hun tijd. Dit zijn ze, onze steracteurs:

José Luis is de jongste van de groep. Hij kan nog niet lezen, en verliest daardoor vaak zijn geduld tijdens het atelier. Dan gaat hij op de grond liggen en oefent zijn hiphop-acrobatieën. We fluisteren zijn tekst in en maken grote gebaren om hem te herinneren aan zijn replieken, maar het blijft moeilijk. Maar toen hij zijn cape en zwaard mocht uitproberen, zagen we zijn lachkuiltjes verschijnen boven zijn trotse glimlach.

Mauro, daarentegen, is een oude rot in het Centro de día. Sinds hij buitengezet is uit de school waar hij dit jaar het middelbaar begon, moet hij elke dag van zijn vader auto’s gaan wassen op straat. Hij vertelt me dat hij op maandag een uitzondering mag maken om naar de toneelles te komen want, “zoals mijn vader zegt, ik ben geboren om toneel te spelen”.

Andrés, een tiener met zware autismestoornissen, komt vooral voor de beurs die hij krijgt. Wel twintig keer vraagt hij ons hoeveel hij gaat verdienen, en op de betaaldag fonkelen zijn ogen en trillen zijn handen. Hij durft zijn medeacteurs niet in de ogen te kijken, en heeft er wel vijf maand over gedaan om mij te durven begroeten. Enkel voor Jésica overwint hij zijn verlegenheid: aan tafel gooit hij haar zelfs kushandjes.

Jonatán is een droom van een leerling. Steeds aanwezig, steeds enthousiast, en boordevol grappige ideeën. Wanneer José Luis te verlegen is om in een oefening op scène te komen, neemt Jonatán hem bij de hand en helpt hem zo zijn plankenkoorts te overwinnen.

De andere Jonatán, onze koning, is al even voorbeeldig. Het is een plezier om hem te zien acteren. Je zou nauwelijks geloven dat deze jongen op de vlucht is voor zijn razende schoonvader. Zijn zoontje, dat binnenkort geboren wordt, zal een bijzonder grappige papa hebben.

En tot slot is er nog Ariel, die al meer dan een jaar in een opvangtehuis woont omdat zijn mama hem niet meer kan of wil opvoeden. Hij heeft het moeilijk met concentratie en aanwezigheid, omdat hij gemakkelijk verleid wordt door de dealers op het plein. Op een dag onderbreekt hij mij midden in een repetitie om me te vragen: “An, als jij terugkeert naar je land, zien wij je dan nooit meer terug?”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten