zondag 16 augustus 2009

De mooiste dag

Drie maanden geleden zijn Pablo en ik de ultieme mission impossible aangegaan: met zes straatkinderen, die nog nooit een theater van dichtbij gezien hebben, een toneelstuk in mekaar boksen, en dat in een tiental repetities. Tijdens het verloop van het project heb ik verschillende keren willen opgeven: de jongens konden zich niet concentreren, kwamen niet overeen, hadden gesmoord of kwamen gewoon niet opdagen. Na sommige repetities had ik het gevoel dat we nog minder ver stonden dan de week ervoor.
Maar vandaag, twee weken later dan gepland, spelen onze acteurs de première van “El Fantasma Caramba”. De generale repetitie is vlot verlopen, de belichting is geïnstalleerd, de uitnodigingen zijn verstuurd. We zijn er klaar voor. Dat dacht ik toch…
… maar wanneer ik na een slapeloze nacht, vol rampscenario’s die zich in mijn verbeelding afspelen, toekom in het Centro de día, ontbreken er twee acteurs. Ze moesten om negen uur aanwezig zijn, maar hebben hun kat gestuurd. Met Marcela bellen we naar alle politiebureaus om te vragen of Joni en José Luis niet toevallig opgepakt zijn. Zonder resultaat.
Tijdens het middagmaal – nog steeds geen spoor van de twee – begeven mijn zenuwen het uiteindelijk. Al snikkend vlucht ik naar het binnenkoertje, waar ik mijn vermoeidheid, stress, ontgoocheling en angst loslaat. Mijn collega’s komen me troosten, Carlos belooft me zelfs dat hij de stad gaat intrekken om de jongens te zoeken.
En dan komen Jonatán en José Luis plots het koertje binnengelopen. José vliegt in mijn armen, en Joni, die ziet dat ik gehuild heb, vraagt me al lachend of er soms een stofje in mijn oog zit. Ik omhels hen, terwijl de spanning plaats maakt voor opluchting, en lach: “Kiekens! Konden jullie nu echt niet op tijd komen?!” Ze antwoorden dat ze heel laat gaan slapen waren, in een verlaten hangar naast de rivier, en dat ze zich overslapen hadden. Ik kijk nog vlug even in hun ogen, maar mijn achterdocht is vandaag onterecht: ze zijn niet stoned. Gelukkig maar.
Om half vier, na een snelle, laatste repetitie, is het dan zo ver. Het publiek stroomt binnen, zo talrijk dat we twee voorstellingen na elkaar moeten geven. Onze jongens leven zich uit en geven twee prachtige spektakels. Het applaus is oorverdovend, en de reacties van het publiek lopen over van verbazing en bewondering. Vandaag zijn Jonatán, José Luis, Mauro, Ariel, Jonatán en Andrés de hoofdrolspelers. Vandaag kan iedereen zien wat ze wél kunnen.
Marcela bedankt mij om “in elk van de kinderen een herinnering gezaaid te hebben waar ze zich kunnen aan optrekken om zich te herinneren dat het de moeite waard is om te vechten voor het leven van elk van hen.”
Voor we, moe maar tevreden, terug naar huis gaan, omhelst José Luis Pablo nog eens, en zegt hem: “Vandaag is de mooiste dag van mijn leven”.