… maar wanneer ik na een slapeloze nacht, vol rampscenario’s die zich in mijn verbeelding afspelen, toekom in het Centro de día, ontbreken er twee acteurs. Ze moesten om negen uur aanwezig zijn, maar hebben hun kat gestuurd. Met Marcela bellen we naar alle politiebureaus om te vragen of Joni en José Luis niet toevallig opgepakt zijn. Zonder resultaat.
Tijdens het middagmaal – nog steeds geen spoor van de twee – begeven mijn zenuwen het uiteindelijk. Al snikkend vlucht ik naar het binnenkoertje, waar ik mijn vermoeidheid, stress, ontgoocheling en angst loslaat. Mijn collega’s komen me troosten, Carlos belooft me zelfs dat hij de stad gaat intrekken om de jongens te zoeken.
Om half vier, na een snelle, laatste repetitie, is het dan zo ver. Het publiek stroomt binnen, zo talrijk dat we twee voorstellingen na elkaar moeten geven. Onze jongens leven zich uit en geven twee prachtige spektakels. Het applaus is oorverdovend, en de reacties van het publiek lopen over van verbazing en bewondering. Vandaag zijn Jonatán, José Luis, Mauro, Ariel, Jonatán en Andrés de hoofdrolspelers. Vandaag kan iedereen zien wat ze wél kunnen.
Marcela bedankt mij om “in elk van de kinderen een herinnering gezaaid te hebben waar ze zich kunnen aan optrekken om zich te herinneren dat het de moeite waard is om te vechten voor het leven van elk van hen.”
Voor we, moe maar tevreden, terug naar huis gaan, omhelst José Luis Pablo nog eens, en zegt hem: “Vandaag is de mooiste dag van mijn leven”.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten