vrijdag 27 november 2009

An staat voor de deur!

Een tikkeltje zenuwachtig sta ik voor de deur van het Centro de día. Mijn komst vandaag is een verrassing voor de chicos. Wanneer ik aanbel, hoor ik iemand roepen: "Hé, An staat voor de deur!", waarop een andere stem reageert: "Doe niet stom, An is terug naar haar land, hoe zou ze hier voor de deur kunnen staan?!"
Marcelo laat me binnen met een stevige omhelzing en een "meisje, wat een mooie verrassing!" Het wordt plots stil, niemand weet goed wat zeggen. Maar dan breekt Mauro - wie anders - de stilte, omhelst me en zegt: "Elke dag heb ik naar de foto van onze toneelgroep gekeken, om niet te vergeten hoe je eruit ziet!"

Drie maanden is het geleden dat ik de chicos gezien heb. Een eeuwigheid,zo lijkt wel, als ik verneem wat er in die tijd allemaal gebeurd is.
José Luis is, samen met zijn mama en zijn zes broertjes en zusjes, terug naar de Chaco vertrokken, de arme provincie in het noorden van het land, waar ze vandaan komen. Er was een moord gepleegd in de sloppenwijk waar ze woonden, een van zijn broers werd verdacht en de hele familie bedreigd. José heeft niet eens zijn schooljaar kunnen afmaken, net nu hij goed op weg was.
Joni, 'mijn koning', komt ook niet meer naar CHICOS. Samen met zijn vriendin is hij verschillende keren betrapt op stelen in de straat van het Centro de día, en heeft zo al zijn kansen verspeeld. In december had hij zijn diploma lager onderwijs moeten halen.
Ariel, die plots verdwenen was na de toneelvoorstelling, is er vandaag wel weer bij. Wanneer ik binnenkom, krimpt hij plots ineen en staart naar de grond. Belén vertelt me dat hij zich dood schaamt omdat hij niet komen opdagen is op mijn afscheid. Hij was zo gehecht aan me geraakt, dat hij boos was dat ik hem in de steek liet. Ik geef hem een knuffel, en zo komt er weer een glimlach op zijn aandoenlijke gezicht. Hij telt mijn vlechtjes, en toont me zijn kaft met huistaken en toetsen: geen enkele keer haalde hij minder dan 8/10. Hij beëindigt straks wel zijn schooljaar met een persoonlijk succes.
Ook Andrés doet het goed, zo blijkt. Hij zit in het eerste middelbaar en krijgt intensieve bijles Engels van Hernán en Roxana. "Vertel eens aan An hoe je toets Engels gegaan is", vraagt Belén. Andrés blijft voor zich staren en antwoordt: "goed". "Zo maar goed?", dringt ze aan. "Hoeveel heb je gehaald?" Andrés, met een nauwelijks zichtbare, maar onmiskenbare trots, antwoordt: 10/10.

maandag 23 november 2009

CASINO !

De drukkende, vochtige hitte overvalt me onmiddellijk wanneer ik uit het vliegtuig stap. Het is lente in Argentinië, en dat gaat gepaard met krachtige onweders en een invasie van muggen. In de luchthaven hebben de preventie-affiches over de varkensgriep plaats gemaakt voor campagnemateriaal voor de preventie van dengue. Aan ziektes hier geen gebrek.
De busrit naar Rosario confronteert me met inmiddels vertrouwde beelden, van de sloppen van Buenos Aires naar die van 'mijn' stad, het Argentijnse Chicago. Van de taxfree shop naar de aardewegen en blikken huisjes, het blijft een shock. Terwijl ik kinderen met paard en kar naast de auto's zie rijden, op zoek naar recycleerbaar karton, vraag ik me af hoe de mensen die onder golfplaten daken wonen, weerstaan aan deze hitte, deze muggen, en deze stormen van een kaliber dat ik zelfs in de Caraïben nooit meegemaakt heb. "Rosario, de beste stad om in te wonen". Het propagandabordje van het stadsbestuur staar er nog steeds schaamteloos bij.
Niets nieuws onder de brandende zon, behalve dan het casino van Rosario, dat ondertussen af is. Het is een gigantisch bouwwerk geworden, met shoppingcentrum, luxehotel en een grote parking met plaats voor veel blinkende terreinwagens. Een hoog, elektrisch hekken omringt het gedrocht, want op nog geen tien meter afstand ligt de rest van La Flores, de sloppenwijk waar het casino middenin neergeplant is. Honderden huisjes hebben plaats moeten maken voor dit exclusieve gokpaleis. Vanaf nu hebben de inwoners van La Flores elke dag zicht op de decadente rijkdom waartoe ze nooit toegang zullen hebben - tenzij ze de criminele toer opgaan. Een mooi perspectief voor de jeugd, die het grootste deel van de sloppenbewoners uitmaakt: de gemiddelde leeftijd in deze buurten overstijgt de negentien jaar niet.

Het lijkt allemaal niet aan het hart te komen van het jongetje dat blootvoets op het drukke kruispunt voor de wachtende automobilisten jongleert met drie plastic balletjes. Wanneer hij door een autoraampje 50 cent aangereikt krijgt, tekent zich een ontwapenende glimlach op zijn ronde gezicht.

zaterdag 14 november 2009

Een toast op grensverleggende vriendschappen!

KRONIEK VAN DE STAD MONTEVIDEO

Julio César Puppo, bijgenaamd de Houthakker, en Alfredo Gravina, ontmoetten elkaar bij het vallen van de avond, in een buurtcafé in Villa Dolores. Het is zo dat ze, toevallig, ontdekten dat ze buren waren:
- Zo dichtbij en zonder het te weten.
Ze trakteerden mekaar op een glas, en op nog één.
- Je ziet er heel goed uit.
- Schijn bedriegt.
En zo gingen er een paar uur en veel glazen voorbij, terwijl ze praatten over de zotte tijd en over hoe duur het leven wel is, over verdwenen vrienden en plaatsen die niet meer bestaan, herinneringen uit hun jonge jaren:
- Weet je dat nog?
- Natuurlijk, hoe zou ik dat kunnen vergeten
.
Toen het café uiteindelijk zijn deuren sloot, liep Gravina mee met de Houthakker tot aan de deur van zijn huis. Maar daarna wou de Houthakker een wederdienst bewijzen:
- Ik loop even met je mee.
- Doe geen moeite.
- Dat zou er nog aan ontbreken.

En met dat heen- en weergeloop waren ze de hele nacht bezig. Soms hielden ze halt, door één of andere plotse herinnering of omdat de stabiliteit nogal te wensen liet, maar daarna gingen ze verder met hun komen en gaan van hoek tot hoek, van het huis van de ene naar het huis van de andere, van de ene deur naar de andere, alsof ze gebracht en weggedragen werden door een onzichtbare slinger, terwijl ze van mekaar hielden zonder het te zeggen en mekaar omhelsden zonder elkaar aan te raken.

Eduardo Galeano