
revoluties worden met een glimlach gemaakt
uiteenlopende dagboekknipsels van een vrijwilligster in Argentinië
Er is een school, een bibliotheek, een theater, een fontein en een vuurtoren. Op het strand is er een cafeetje waar de mensen die naar de zee gaan, kunnen ontbijten. Het openbaar zwembad ligt er juist naast. We hebben twee parken met dennenbomen, fruitbomen en een bankje om mate te drinken. Een grote brug verbindt de twee parken, zodat de voetgangers rustig de baan kunnen oversteken.
In het huis van Belén staat een grote houtkachel die in de kille winterdagen de bezoekers verwarmt, terwijl ze mate drinken. Op het huis van Romina prijkt een grote antenne om samen met haar vrienden naar de matchen van het Wereldkampioenschap te kijken. Het huis van Adriana, dicht bij het strand, is heel kleurrijk en gezellig, en daarom komen er steeds vrienden over de vloer. In het huis van An is er een groot raam om naar de zonsondergang op zee te kijken. Haar buurvrouw, Estefanía, die in een behekst huis woont, maakt medicamenten met de planten uit haar tuin, om alle inwoners van de stad te genezen wanneer ze ziek zijn. Voor Ariels huis staat zijn auto geparkeerd. Andrés heeft een grote appelboom in zijn tuin. Het huis van Patricio wordt steeds bezocht door vogels, en er klinkt altijd muziek. Estela en Marcela delen een tuin met veel vogels en een boom. Al hun vrienden wonen in de buurt. Ze hebben een prachtig zicht op zee.
In de duisternis van de nacht zal er steeds een lichtje zijn om je naar de oever te brengen. Het komt uit de vuurtoren, waar Pablo, Rubén, Samuel en Mauro wonen.
Maar moeilijk gaat ook. Vandaag, vijf maand later, hebben we ons eerste concertje achter de rug. Bescheiden van formaat, met veel versterking van volwassen muzikanten, maar boordevol zin, trots en enthousiasme, zijn de chicos erin geslaagd het publiek op het pleintje aan het dansen te brengen. Geen grotere beloning voor een beginnend muzikant.
Om te ervaren dat je met geduld en doorzettingsvermogen ook moeilijke opdrachten kan verwezenlijken in het leven. Om banden te scheppen met anderen, en te leren genieten van non-verbale communicatie. Om negatieve energie uit te werken op trommels in plaats van op elkaar, en ze in de muziek om te zetten tot vreugde. Om protagonist te zijn, en de goedkeurende blik in de ogen van het publiek te zien. Om te ontdekken dat iedereen in staat is te creëren, te ontroeren, te verwonderen. Om te genieten van het musiceren, en om te ervaren dat samenspelen, met geduld, aandacht en respect voor elkaar, de vreugde vertienvoudigt.
Dit jaar heeft Ariel me niet meer nodig: hij leest zelf, en is niet verlegen om voor de andere chicos voor te lezen, vooral als Florencia naar hem luistert. Sinds ik hem verteld heb over een rare man die tegen windmolens vecht, leest hij elke dag één bladzijde uit de originele Don Quijote, en vertelt me dan wat er gebeurt in het verhaal. “Die Sancho Panza is megacool”, vindt hij.
Rubén weet wat hem te doen staat: hij neemt een boek vast, leest de eerste lettergreep van elk woord voor en volgt mee met zijn vinger. Nicolás herhaalt lettergreep per lettergreep, en probeert de woorden te vervolledigen: Wil…lie de goril…la houdt van voet…bal en ba…nanen! Wanneer Nico fout raadt, schieten ze alletwee in een schaterlach, en Ariel, Florencia, Estela, Andrés, Roberto en ik lachen mee.
Maar dat is niet gelukt. Zoals de graffiti op alle muren van Rosario het uitschreeuwt: “Pocho leeft!” Hij leeft in het hart van honderden buurtwerkers, die zijn engagement verderzetten. In het hart van de advocaten die, na 25 jaar stilte, de processen tegen de verantwoordelijken van de dictatuur geopend hebben. En in het hart van alle ‘gewone’ mensen, die jaarlijks zijn verjaardag vieren met een carnaval, om te bewijzen dat ze niet verslaan zijn. Een spandoek op het podium getuigt hiervan: “Het vuur van de vreugde is het gezicht van onze strijd”.
Na de murga’s, waarin de buurtkinderen hun muziek en dans opdragen aan Pocho, worden enkele pakkende toespraken gehouden. In allen weerklinkt de vraag naar levenslange opsluiting in een gewone gevangenis voor de verantwoordelijken van de dictatuur die 30000 mensen afslachtte. De herdenking wordt afgesloten met een huiveringwekkend moment, waarop de namen van de 6 slachtoffers van het brutale politieoptreden van 2001 in Rosario afgeroepen worden. Na elke naam schreeuwt het voltallige publiek “PRESENTE!” (aanwezig!). Zij blijven aanwezig, hun ideeën blijven leven. Het staatsterrorisme kan de herinnering aan hen niet uitwissen.
Elke donderdag gaan we met z’n allen rond onze plattegrond zitten, en toveren gekleurd papier om tot huizen, bomen, bankjes en speelpleinen. Week na week zien we de volumes en de kleuren weelderiger worden, en smeden we plannen voor wat nog komen zal. 



Ze ligt aan de horizon.
Ik zet twee stappen in haar richting, zij zet twee stappen achteruit.
Ik doe tien stappen, de horizon wijkt tien passen meer. Hoe snel ik ook loop, ik raak nooit bij de horizon.
Waartoe dient de utopie?
Hiervoor: om te lopen.
Eduardo Galeano