1.
Adriana legt, duidelijk overstuur, de telefoon terug op de haak. Ze vertelt wat ze zonet vernam van de sociaal assistente.
“Jonatán ligt in het ziekenhuis. Hij heeft gisteren een winkel overvallen. Hij zei aan de kassierster dat hij een revolver bijhad, en vroeg het geld uit de kassa. Het meisje gaf hem enkele honderden peso’s, Jonatán gaf haar een paar rake klappen en duwde haar in het toilet van de winkel. Kun je het geloven? Waarom moest hij zo nodig geweld gebruiken? Dat van dat wapen was waarschijnlijk maar bluf, want op geen enkel moment heeft hij het bovengehaald.
Soit. Hij vluchtte weg, maar de kassierster liep de winkel uit en alarmeerde de hele wijk. Een handvol buurtbewoners liepen Jonatán achterna, grepen hem vast en sloegen hem verrot. Toen de politie toekwam, moest ze de razende mannen uit elkaar drijven, ze wilden maar niet ophouden met slaan. Jonatán moest naar de spoedafdeling gebracht worden. Morgen zou hij al voor de rechter verschijnen.”
De feiten, die het hele team van het Centro de día schokken, hebben de pers al gehaald. Op de website van La Capital, de plaatselijke krant, lezen we het volgende artikel:
2.
"Winkel in het centrum overvallen en winkelbediende geslagen
Een winkelbediende werd overvallen en geslagen door een adolescent die gisterennamiddag de kledingzaak gesitueerd in Presidente Roca nr. 600 binnenging met de bedoeling te stelen.
De feiten gebeurden in de winkel genaamd Gerónimo, gesitueerd in Presidente Roca nr. 600. Een jongere ging er binnen, haalde onmiddellijk een wapen boven en bedreigde de bediende, 21 jaar oud, die hij sloeg alvorens haar handen vast te binden en haar in het toilet van de winkel op te sluiten.
Nadat hij geld, een handtas en enkele kledingstukken had meegenomen, ontsnapte de delinquent, maar verscheidene buren van de plaats, op de hoogte gebracht van de gebeurtenis, probeerden hem te volgen en verwittigden de politie.
Enkele minuten later hield het personeel van de Brigade voor Stedelijke Orde een jongen van 14 jaar aan in een garage in de straat Paraguay. De jongere vertoonde snijwonden, die gebruikelijk zijn in het gevangenismilieu, op zijn arm."
Zoals wel vaker gebeurt in de Argentijnse media, heeft deze journalist het niet te nauw genomen met zijn beroepsethiek. Zijn artikel, dat de feiten fout en onvolledig beschrijft, draagt bij tot het klimaat van angst en haat, dat de hele maatschappij in de ban heeft. Het doet de middenklasse focussen op de gevolgen, en niet de oorzaken, van de armoede. Zo kan de hogere klasse zich rustig verder verrijken.
De extreem grove lezersreacties op de website van La Capital getuigen schaamteloos van dit klimaat. Zo schrijft iemand: “Het was niet de politie, noch de Stedelijke Orde, die hem aangehouden hebben, maar de buurtbewoners zelf. Ze hebben hem opgesloten in een garage en kapot geslaan. Hij verdiende het.” Iemand anders schrijft, ook bijzonder tactvol: “Een goed voorbeeld. Het arme jongetje, wat doen we met dat hoopje stront, steken we hem in een instelling om hem te helpen of steken we hem in een zak om hem in de rivier te gooien… ik zoek alvast een zak…”
Ik word er stil van. En razend. Ze hebben het wel over Joni, míjn acteur, míjn koning.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten