zondag 28 februari 2010

POCHO LEEFT !

Elk jaar op 27 februari ontmoeten alle mensenrechtenverdedigers van Rosario elkaar in de wijk Ludueña om er de verjaardag te vieren van Claudio « Pocho » Lepratti. Een feest met een droeve ondertoon, want acht jaar geleden werd Pocho, een sociaal werker en mensenrechtenactivist, vermoord door de Argentijnse politie.

De presentator van de herdenking herinnert ons aan de feiten, die plaatsvonden in de context van de economische crisis van 2001. Argentinië, jarenlang de beste leerling van het IMF, stortte toen ineen onder het gewicht van privatiseringen, miljardenschuld en hyperinflatie. De waarde van het spaargeld van de gewone man werd van de ene dag op de andere gevierendeeld. En die gewone man trok de straat op, om te protesteren. Drie presidenten volgden elkaar op, geen van hen in staat om de situatie recht te trekken. Overal weerklonken cacerolazos: lege potten en pannen die tegen elkaar geslagen werden als teken van wanhoop. Het antwoord van de banken en de regering bleef uit. Het protest werd heviger. Supermarkten werden leeggeroofd, ruiten van banken werden ingeslagen. En toen kwam de politie tussen. Op bevel van de gouverneurs werd met hard, zeer hard geschut opgetreden tegen de manifestanten.

Pocho was die dag het middagmaal aan het opdienen in de eetzaal van een van de talloze jeugdhuizen die hij zelf opgericht had. Vlakbij was de politie slaags geraakt met een handvol manifestanten. Die laatsten renden weg in de richting van het jeugdhuis, achtervolgd door de agenten, die verschillende schoten losten. Pocho klom op het dak van de eetzaal en schreeuwde naar de politie: “Stop met schieten, klootzakken! Er zijn hier kinderen aan het eten!” Als antwoord weerklonken twee schoten. De kogels waren van lood, en niet van rubber, zoals legaal toegestaan was. Eén van de twee raakte Pocho in de keel en doodde hem kort nadien. Pocho “hormiga”, de mier die dag en nacht werkte om het leven van de kansarme kinderen te verbeteren, de “engel op de fiets”, was niet meer.

Zoals Pocho vielen in die dagen nog 35 andere slachtoffers, de meesten van hen jonger dan 25 jaar. Allen kritische, geëngageerde burgers die zich verzetten tegen de dagelijkse schendingen van mensenrechten. Zoals in de donkerste tijden van de dictatuur wilde de regering, die tot op vandaag ongestraft blijft, hen het zwijgen opleggen.

Maar dat is niet gelukt. Zoals de graffiti op alle muren van Rosario het uitschreeuwt: “Pocho leeft!” Hij leeft in het hart van honderden buurtwerkers, die zijn engagement verderzetten. In het hart van de advocaten die, na 25 jaar stilte, de processen tegen de verantwoordelijken van de dictatuur geopend hebben. En in het hart van alle ‘gewone’ mensen, die jaarlijks zijn verjaardag vieren met een carnaval, om te bewijzen dat ze niet verslaan zijn. Een spandoek op het podium getuigt hiervan: “Het vuur van de vreugde is het gezicht van onze strijd”.

Na de murga’s, waarin de buurtkinderen hun muziek en dans opdragen aan Pocho, worden enkele pakkende toespraken gehouden. In allen weerklinkt de vraag naar levenslange opsluiting in een gewone gevangenis voor de verantwoordelijken van de dictatuur die 30000 mensen afslachtte. De herdenking wordt afgesloten met een huiveringwekkend moment, waarop de namen van de 6 slachtoffers van het brutale politieoptreden van 2001 in Rosario afgeroepen worden. Na elke naam schreeuwt het voltallige publiek “PRESENTE!” (aanwezig!). Zij blijven aanwezig, hun ideeën blijven leven. Het staatsterrorisme kan de herinnering aan hen niet uitwissen.

Walter Campos: PRESENTE!
Juan Delgado: PRESENTE!
Yanina García: PRESENTE!
Rubén Pereyra: PRESENTE!
Ricardo Villalba: PRESENTE!
Claudio Lepratti: PRESENTE!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten