vrijdag 25 december 2009

Magische cirkels om elkaar te ontmoeten

Op de uitnodiging, gedrukt op strookjes gekleurd papier, staat te lezen:

Mandala’s
magische cirkels om elkaar te ontmoeten


Op woensdag 16 december om 19 u openen we ons huis
om samen met u de vreugde van de ontmoetingen te vieren.


Om kwart voor zeven staat al een hoop volk voor de deur, en dat in een land waar niemand op tijd komt. De chicos hebben hun ouders of begeleiders uitgenodigd om te komen meegenieten van de eindejaarstentoonstelling, waarin de vruchten van hun werk in de workshops te zien zijn.
Wanneer de deuren dan eindelijk opengaan, kunnen de kinderen hun ogen nauwelijks geloven. Het anders ietwat sombere Centro de día is omgetoverd tot een kleurrijk huis vol magische cirkels die rust en vreugde uitstralen. Het zijn mandala’s, ingekleurd door de jongeren tijdens een van de workshops. De volwassenen kijken vol bewondering naar de chicos, die trots tonen welke mandala’s zij gemaakt hebben. De ontmoeting tussen groot en klein vindt plaats.
Voor de kinderen is het een hele gebeurtenis. Romina heeft haar haar laten opsteken en ruikt naar parfum, Estela heeft haar zusjes uit het weeshuis mogen uitnodigen. Andrés, die anders zo verlegen en gesloten is, heeft het aangedurfd zijn leerkrachten op te bellen om hen persoonlijk uit te nodigen. Noelia heeft heel haar familie meegebracht. Haar oudere zus, die vroeger ook naar het Centro de día ging, mijmert over mooie herinneringen uit vervlogen tijden.
Het lijkt wel of geen van deze kinderen zich ooit zorgen heeft moeten maken over wat ze ’s avonds zullen eten, over waar ze de nacht zullen doorbrengen, over wie voor hen zal zorgen als ze ziek zijn. Op de gezichten staat enkel trots en geluk te lezen.
Nadat wij, de begeleiders, onze workshops toegelicht hebben, krijgen de jongeren het woord. Door fel versierde kartonnen buizen, susurradores (fluisteraars) genaamd, fluisteren ze gedichtjes die ze zelf geschreven hebben in de literaire workshop, recht in het oor van hun luisteraars.
En dan is het de beurt aan Estefanía, de ster van de avond. Ze heeft al haar angsten, ontgoochelingen en woede neergepend in een rapnummer van kwaliteit. Op één week tijd heeft ze het nummer van buiten geleerd en ingeoefend. Pato, Marcos en ik geven haar een ritmische ruggensteun, en flankeren haar om haar podiumvrees te beperken. Het applaus is oorverdovend. Estefanía straalt van geluk. Hadden haar ouders dit maar meegemaakt.
Ook Estela, haar kamergenootje van het tehuis, glundert. Haar ouders zijn zo trots op haar vorderingen, dat ze haar uitgenodigd hebben om kerstavond bij hen thuis te vieren. Dat was in jaren niet gebeurd. En Estefanía, die mag mee.

Ontroerd plooi ik de uitnodiging, die in mijn hand verfrommeld zit, terug open. En ik lees:

Mandala’s
magische cirkels om elkaar te ontmoeten


maandag 14 december 2009

Mooi, slim en schuldig

Sinds kort geef ik bijles Frans aan Ayelén. Ze is dit jaar van school veranderd, en heeft daardoor twee jaar Frans, die ze in haar vorige school niet had, in te halen. Ayelén is een knap en vriendelijk meisje van zeventien jaar, met een rond en bruingebrand gezicht, sluik zwart indianenhaar en nog gitzwartere ogen. Ze tekent graag en luistert naar cumbia. Haar favoriete vak op school is lichamelijke opvoeding. Zoals elke tiener houdt ze van geflirt, en giechelt met haar vriendinnen wanneer ze mooie jongens ziet. Maar anders dan andere tieners, moet Ayelén elke avond om 18 uur terug naar haar cel.

Vroeger woonde ze, samen het haar mama en een tiental broertjes en zusjes, in een sloppenwijk in het noorden van de stad. Te midden van dit uitzichtloze bestaan kwam Ayelén terecht in de ‘verkeerde’ vriendengroep. Ze begon te spijbelen en hing rond in de buurt met jongens die in louche zaakjes verwikkeld zaten. Haar mama, die de handen vol had met de dagelijkse zoektocht naar werk en eten, het huishouden en het opvoeden van de kleinsten, had niets in de gaten.
Op een dag nemen haar vrienden haar mee naar een huis dat er slecht beveiligd uitziet. Wanneer ze beseft dat de jongens er willen inbreken, beslist Ayelén terug naar huis te gaan. Bij een diefstal wil ze immers niet betrokken raken. De volgende dag ziet ze op het nieuws dat bij een inbraak in het huis, dat ze herkent van de dag ervoor, een moord gepleegd is. Ze gaat naar de politie en vertelt wat ze weet. Ze geeft de namen van haar vrienden, en vertelt hoe zij verkoos om niet deel te nemen aan de inbraak.
Dat laatste detail moet de politie ontgaan zijn. Ayelén zit nu al een jaar in de gevangenis voor moord. Haar mama en broertjes zijn de buurt ontvlucht, uit vrees voor represailles van de jongens die Ayelén verklikt heeft. Zij wonen nu al een jaar onder een brug.

Ayelén voelt zich enorm schuldig, en beschouwt haar gevangenisstraf als een les voor het leven. Ze zet zich enorm in op school, en maakt dankbaar gebruik van de bijlessen. Ze is intelligent, en begrijpt alles wat ik haar uitleg. Wanneer ik haar oefeningen teruggeef met een tien op tien eronder, verschijnt er even een trotse glimlach op haar gezicht. Die verdwijnt plots wanneer, twintig minuten vóór het afgesproken tijdstip, haar opzichtster haar komt ophalen. Ze hoeft de deur van de cel niet eens op slot te doen. Ayelén heeft zichzelf al opgesloten achter een harde, onbeweeglijke en emotieloze blik.

vrijdag 4 december 2009

Morgen lezen we verder

Ariel heeft me mijn lange afwezigheid ondertussen vergeven. Hij was vorig jaar een van mijn acteurs en mijn trouwste bezoeker in de bibliotheek. Zijn grote held is Willy, een tenger maar slim aapje dat de hoofdrol speelt in een reeks van Anthony Browne.
"Hoe heette het liefje van Willy ook al weer?", vraag ik hem, alsof ik het niet meer wist. Grijnzend roept hij "Millie!"

Telkens wanneer ik een nieuw boek van Willy uit de kast haalde, begonnen zijn oogjes te fonkelen. Toen Marcela, tijdens een van de workshops, aan de chicos vroeg hoe ze het liefst lazen: in stilte, luidop, alleen, samen... antwoordde Ariel: "Ik heb liefst dat An voor mij voorleest."

Vandaag wil Ariel me een wederdienst bewijzen. Wanneer ik hem vraag om mij de nieuwe boeken in de bibliotheek te tonen, haalt hij er een prachtig poëzieboek uit, De vogel van de ziel, en leest er voor mij uit voor:

"Wanneer iemand boos is op ons
dan sluit de vogel van de ziel
zich op in zichzelf,
stil en droevig.

En wanneer iemand ons omhelst,
dan groeit de vogel van de ziel,
die diep, erg diep in het lichaam woont,
groeit tot hij bijna heel ons binnenste vult.
Zoveel deugd doet hem de omhelzing."


Ik luister ontroerd naar hem, verbaasd over de vlotheid waarmee hij nu al voorleest. Wanneer Ariel moe wordt van de inspanning, neemt hij een bladwijzer, schrijft er zijn naam op, en bergt het boek terug op.
"Morgen lezen we verder", belooft hij me.